We hebben het over restaurant Breda, dat Van Noortwijk samen met zijn compagnons Guillaume de Beer en Johanneke van Iwaarden startte in 2015. “De toegankelijkheid en warmte uit Breda, waar wij zijn opgegroeid, wilden we naar Amsterdam halen.

In Breda is de horeca Bourgondischer en zijn de mensen nuchterder. No-nonsense; daar houden we van.” Naast restaurant Breda is Van Noortwijk ook mede-eigenaar van restaurant Guts & Glory en Pita, een culinaire döner kebab stand. Onlangs is daar een nieuw project bij gekomen: Maris Piper. “Een luxe brasserie in Londense stijl waar je kunt genieten van comfortfood op hoog niveau.”

Puur eten

Genieten van eten is iets dat Van Noortwijk als klein kind al deed. “Vroeger kookte mijn moeder vaak en ontzettend lekker. Ook gingen we regelmatig naar sterrenrestaurants. Ik werd toen al heel gelukkig van goed eten. Pas later besefte ik dat het niet echt normaal is dat je als kind van één Roquefort eet en op je zesde al zelf je sliptongen fileert.”

Een lievelingsgerecht? Die heeft hij niet. “Ik heb zo veel verschillende dingen geproefd, die keuze is onmogelijk! Wel heb ik liever een simpel gerecht met vier ingrediënten dat écht goed bereid is, dan een gerecht waarbij mensen je willen imponeren met hun kooktechnieken en de plank volledig misslaan. Puur eten, daar hou ik van. Dat zie je ook terug in onze restaurants.”

Nederlandse eetcultuur

Volgens Van Noortwijk werken steeds meer restaurants met producten van Nederlandse bodem. “Dat is een goede ontwikkeling. We mogen best trots zijn op wat Nederland te bieden heeft. Kijk naar de Noordzee; daaruit haal je de mooiste vis, schaal- en schelpdieren.

Ook qua vlees en groente is er genoeg keus. Neem de dubbeldoel koe bijvoorbeeld, een melkkoe die uiteindelijk gebruikt wordt voor de vleesproductie. En ik waardeer mensen als Edwin Florès, die de mooiste producten van zijn land en uit de wilde natuur haalt. Het feit dat restaurants die overwegend met Hollandse producten koken iedere avond vol zitten, betekent dat hier steeds meer vraag naar is. Daar word ik blij van.”