Goede spullen

 

“Zorg voor goed materiaal. Pannen moeten lekker in de hand liggen en warmte goed geleiden. Je wilt dat je biefstukje ook heet blíjft. Goede exemplaren trekken niet na twee keer bakken al krom. Investeer in degelijke messen die fijn vasthouden en natuurlijk scherp zijn. Ik heb nu Japanse en zie de slijper -die ik toch twee tot drie keer per jaar bezocht- nooit meer. Ook een must: een goede oven en snijplanken.”

Doe wat je kan

 

“Ga van jezelf uit, van je eigen kracht en vooral: van wat je aankan. Voetballen doe je ook niet meteen in het eerste van Ajax, dus leer het koken stapje voor stapje. Komen er twaalf man eten? Dan is een soufflé een minder goed idee en kies je beter iets eenvoudigers dat haalbaar is.”

Praat met de slager

 

“Goede ingrediënten zijn onmisbaar, dus verdiep je daarin. Lamsvlees bijvoorbeeld is veel malser als het zo jong mogelijk is (en niet al een half schaap) en goed is bestorven. Het vlees moet niet te donker zijn. Vraag raad aan je slager en of hij je kan helpen.”

De visboer is je vriend

 

“Koop vis bij de visboer. Een goede weet wanneer het een slecht seizoen is voor tong, de vissoort slap is en zal die dan ook niet verkopen. Hij vertelt je ook wanneer je het best schol en andere soorten kunt eten. Kook dus met de seizoenen mee en stel je vragen aan vakmensen.”

Hou vol

 

“Lees altijd het recept goed door. Gaat er toch iets mis in de keuken, geef dan niet te snel op. Probeer het gewoon opnieuw.”

Stap voor stap

 

“Maak eventueel voordat je gaat koken een stappenplan. Hierin ga je goed na wat het eerst moet worden bereid, wat erna kan worden gedaan en wat je pas op het laatste moment moet maken en toevoegen.”

Kook vooruit

 

“Weet dat je heel veel gerechten of onderdelen ervan ook dagen van tevoren kunt maken. Bouillon is prima te bereiden twee of drie dagen voor je ‘m gebruikt. Hetzelfde geldt voor een crème van groente zoals pastinaak. De smaak wordt er alleen maar beter van. Dit is ook van toepassing op veel desserts, bijvoorbeeld chocolademousse.”