“Een vergelijking van de situatie toen met die van nu vertoont op alle fronten een verschil van dag en nacht. In het begin, toen ik net begon met de hulp aan vluchtelingen, was de Koude Oorlog net ten einde. De tegengestelde belangen tussen het Westen en het Oostblok waren met de val van de Muur weggevallen.

Daardoor trokken deze partijen zich terug uit de conflicten in Afrika en Azië die daarmee hun eigen dynamiek kregen en uit de hand liepen. Dit resulteerde vervolgens in een enorme toename van conflicten in landen als Rwanda, Sierra Leone, Liberia en Zuid-Soedan. Hulpverleningsorganisaties trokken er naartoe om hulp te bieden.

In die tijd zag iedereen de noodzaak van het werk en het nut van de organisaties. Hulpverleners werden als helden ontvangen. Een compleet verschil met nu”, zegt Tineke Ceelen. Ze is op het moment van spreken net terug van een bezoek aan Congo.

Historisch hoog aantal vluchtelingen

Ceelen merkt dat in haar 25 jaar werk in de humanitaire sector het draagvlak hiervoor kleiner is geworden. Ze zegt: “Vroeger bleven de problemen daar, in de regio en waren ze dus comfortabel ver weg. Mensen stortten geld en dat was het. Nu zijn de afstanden en de wereld kleiner. Tegelijkertijd is het aantal vluchtelingen historisch hoog en trekken zij veel vaker deze kant op, wat soms wordt gevoeld als een bedreiging voor de eigen samenleving.”

Zolang er mensen zijn die willen helpen, is er hoop

“De hulpverlening aan vluchtelingen zelf is professioneler geworden. Vroeger bestond deze vooral uit het sturen van hulpverleners en spullen. Nu zie je door de jaren aan ervaring in de sector veel meer dat lokale krachten hulp verlenen. Met cash geld kunnen hulpbehoevenden zelf kopen wat ze het meest nodig hebben.”

Medemenselijkheid

Kleiner draagvlak of niet, voor Ceelen is de noodzaak van hulpverlening onverminderd groot. “Er is veel bereikt en internationale noodhulp heeft enorme aantallen mensenlevens gered. Maar conflicten blijven er altijd. Ik doe mijn werk vooral vanuit een plicht tot medemenselijkheid.

Zelf heb ik er niet heel veel voor gedaan om te kunnen leven in een land vol welvaart en rijkdom waarin ik bovendien recht heb op scholing, gezondheidszorg en een minimuminkomen. Iemand in Congo, een land dat al decennia kampt met oorlog en conflict en uitbraken kent van ziekten zoals ebola, heeft dat geluk niet.

Ik voel het als mijn verantwoordelijkheid om een hand uit te steken naar mensen die het minder hebben getroffen. Het schenken van een paar euro helpt al.”

“Zolang er mensen zijn die willen helpen, is er hoop.” Hopeloosheid staat Tineke Ceelen zichzelf in ieder geval nooit toe. Dat werkt verlammend, zegt ze.

Nobelprijswinnaar

Ceelen werkt internationaal samen. Met de Congolese gynaecoloog Denis Mukwege heeft ze al jaren een bijzondere band. “Hij won onlangs de Nobelprijs voor de Vrede omdat hij zich in eigen land inzet voor vrouwen en meisjes die zwaar getroffen zijn door seksueel geweld en daardoor psychisch en fysiek soms ernstig zijn verminkt.

Hij helpt hen met hersteloperaties, met geestelijke gezondheidszorg, juridische ondersteuning en sociaaleconomische hulp. Ook reist hij de wereld over om aandacht te vragen voor seksueel geweld als oorlogswapen.”

Een andere actuele vluchtelingensituatie die de aandacht van Ceelen en humanitaire organisaties vraagt, is die in Venezuela. Het land beleeft een hyperinflatie.

“Drie miljoen Venezolanen vluchtten het land al uit.  Een groot deel hiervan, 1,2 miljoen, week uit naar Colombia en naar verwachting verdubbelt dit aantal nog de komende zes maanden. Hele gezinnen leven er op straat, in parken. Natuurlijk moet je daar hulp bieden, en dat gebeurt ook. Uiteindelijk gaat het om mensen zoals jij en ik.”