1. Huidproblemen

Huidproblemen komen vaak voor bij honden en katten. Meestal heeft dat te maken met allergieën, die jeuk veroorzaken. De huid raakt beschadigd door krabben of bijten als gevolg van de jeuk. Net als mensen, zijn honden en katten vaker allergisch dan vroeger.

Een verklaring daarvoor is dat we steeds sterieler leven, door betere parasietenbestrijding. Honden en katten hebben minder last van parasieten, waardoor de afweer van het dier te weinig te doen heeft. Daardoor reageert het dier juist sterker op ongevaarlijke eiwitten.

Vlooienallergie komt het meest voor. Je kunt iets doen aan de symptomen: met medicatie de jeuk wegnemen. Of je bestrijdt de vlooien zelf met druppels of pilletjes.
Een dier kan ook allergisch zijn voor pollen in de lucht of een bepaald eiwit in voedsel. Zaak is dan om over te stappen op ander voedsel. Pollen vermijden is lastig.
Hyposensibiliseren kan ook. Daarbij dien je in een steeds hogere dosis een stof toe, waar de hond of kat allergisch voor is. De dieren worden dan langzaam ongevoelig voor die stof.

2. Diarree

Diarree komt vaak voor bij honden, minder bij katten of andere dieren. Honden hebben nogal eens de neiging om viezigheid op te eten en dat kan darminfecties veroorzaken, met diarree als gevolg. Ook hebben ze vaker contact met soortgenoten, waardoor ze elkaar kunnen besmetten. Diarree kan ook worden veroorzaakt door parasieten, zoals wormen en door virussen.

Over het algemeen is diarree zelfregulerend. Dat wil zeggen dat het vanzelf overgaat. Het is een reactie van het lichaam om vervelende stoffen kwijt te raken. Je hoeft dan ook niet altijd meteen naar de dierenarts.

Maar soms neemt de aandoening ernstige vormen aan. Bijvoorbeeld als het dier ook gaat braken, geen eetlust heeft en weinig drinkt. Dan ligt uitdroging op de loer; vooral bij jonge dieren is dat een risico. Dan ga je naar de dierenarts, zeker als er ook bloed voorkomt in diarree. Je kunt diarree zoveel mogelijk voorkomen. Laat je hond elk jaar vaccineren tegen virussen. Ook ontwormen is raadzaam, dat moet zeker vier keer per jaar.

3. Braken

Overgeven, of braken, komt veel voor bij katten, in mindere mate bij honden. Katteneigenaren kennen het wel: de kat gaat buiten gras eten en gaat vervolgens braken. Gras eten is de manier voor een kat om de ‘vinger in de keel te steken’.

Als een kat tweemaal per week braakt, is dat geen probleem. Zo raakt ie haren kwijt die hij binnenkrijgt als hij zijn vacht likt. Maar een kat kan ook braken door maagdarminfecties of door de aanwezigheid van wormen. Is het laatste het geval, dan kan een wormkuur (ontwormen) uitkomst bieden. Het is trouwens sowieso goed om katten jaarlijks enkele keren te ontwormen, net als honden.

Tenslotte kan een dier braken als gevolg van een nieraandoening (katten) of leverproblemen(honden). Functioneren deze organen niet goed, dan kunnen ze er dood aan gaan. Nieren herstellen zich niet, maar een leveraandoening is vaak wel te verhelpen, met medicijnen, een speciaal dieet of ontstekingsremmers. Bloedonderzoek door een dierenarts kan uitwijzen of de lever het braken veroorzaakt.

4. Parasieten

Honden, katten, vogels, knaagdieren, reptielen, het maakt niet uit welk huisdier je hebt, ze hebben allemaal wel eens last van parasieten. En die komen in alle soorten en maten voor: vlooien, wormen, teken, schurft, mijten en bloedluizen. Allemaal beestjes die dieren (en soms ook mensen) uitzoeken om in of op te leven.

Parasieten kunnen aan de buitenkant zitten, zoals teken, luizen en vlooien. Andere parasieten zitten van binnen, zoals wormen, en eten je als het ware op. Zitten ze aan de buitenkant, dan veroorzaken ze vaak veel jeuk en zorgt het dat honden en katten kalig worden omdat ze bijten en krabben om de jeuk kwijt te raken.

De dierenarts kan allerlei soorten parasieten goed behandelen. Vlooien bij honden en katten kun je bijvoorbeeld voorkomen door ze geregeld een pipetje met anti-vlooienmiddel op de huid te geven. Ook tabletjes of een vlooienband zijn effectief. Wormen bestrijd je door ze geregeld een inwendige wormkuur toe te dienen.

5. Kreupelheden

Gewrichten geven bij honden nog wel eens problemen. De dieren kunnen mank gaan lopen. Onder meer door heupdysplasie, waarbij onderdelen van het gewricht verkeerd zijn gevormd. Dat veroorzaakt pijn.

Bij sommigen hondenrassen wordt dit veroorzaakt door inteelt. Maar mank lopen kan ook komen doordat dieren een verkeerde beweging maken, bijvoorbeeld bij springen. Net zoals mensen soms door hun enkel gaan.

Belangrijk is om eerst goed te onderzoeken wat de oorzaak van mank lopen is. Want het kan ook gewoon gaan om een doorntje in de voetzool. Of een hernia. Pijnstilling en rust kan verlichting geven. En tegenwoordig doen ook fysiotherapeuten goed werk bij dit soort aandoeningen.

Overgewicht kan ook kreupelheden veroorzaken, funest voor artrose en slijtage van gewrichten. Gewrichtsproblemen komen over het algemeen vaker voor bij grotere honden en nauwelijks bij katten. Kleinere dieren zijn sterker en kunnen relatief meer gewicht dragen. Een gezond