Susan Nijholt

Het chippen en registreren van honden is sinds 1 april 2013 in Nederland verplicht. Binnen zeven weken na de geboorte dienen pups gechipt te worden en binnen acht weken na de geboorte moeten ze geregistreerd staan bij een aangewezen databank.

Heeft u een hond geïmporteerd? Dan dient uw hond binnen twee weken na aankomst in Nederland geregistreerd te worden. De hond moet al een chip hebben voordat hij het land binnenkomt. Buitenlandse eigenaren van honden die in ons land op vakantie zijn en korter dan drie maanden blijven, hoeven hun huisdier niet te laten registreren.

Deze dieren moeten wel verplicht in het bezit van een dierenpaspoort zijn. Deze regels zijn ingesteld om malafide hondenhandel en -fokkerij tegen te gaan. Illegale handelaren zijn bijvoorbeeld beter op te sporen.

Voor katten is het een ander verhaal. Ondanks de overvolle dierenasiels geldt er nog geen verplichting om katten te chippen en registreren. In de Tweede Kamer wordt hier al wel over gesproken. Iedere dag krijgen dierenambulances en asielen te maken met gevonden katten zonder chip of die niet goed geregistreerd staan, waardoor eigenaren niet te traceren zijn.

Uit onderzoek is gebleken dat minder dan 20% van de gevonden katten in Nederland weer herenigd kunnen worden met hun eigenaar. Dit aantal is niet alleen laag doordat de katten niet chipt en/of geregistreerd zijn, maar ook omdat de gegevens, zoals het adres of telefoonnummer, niet meer kloppen.

Controleren van de registratie is daarom erg belangrijk. Wijzigingen kunnen vaak gratis of tegen een laag bedrag doorgegeven worden bij databanken. Een huisdier die niet meer thuiskomt veroorzaakt vaak veel leed bij gezinnen. Daarnaast helpt het ook tegen het terugdringen van zwerfkatten en verwilderde katten.

Hoe ziet zo’n chip eruit?

De chip is een transponder van ongeveer 8-12mm en gemaakt van kunststof of bioglas. De transponder is een klein buisje met daarin micro-elektronica. Deze micro-elektronica bestaat uit een spoel en een microchip. Zodra de chip uitgelezen wordt gaat de spoel werken en zendt informatie naar de microchip.

De microchip stuurt vervolgens het registratienummer naar het afleesapparaat. Zonder afleesapparaat reageert de chip niet. In Nederland voldoen de chips aan de ISO FDX-B norm, waardoor ze overal uit te lezen zijn.

De chip wordt tussen de schouderbladen met een speciale injectienaald ingebracht. Het dier voelt niet meer dan een prikje vergelijkbaar met een normale injectienaald. Voor het inbrengen worden alle gegevens gecontroleerd en na het inbrengen wordt gecheckt of de chip werkt.

Na het chippen merkt een dier niks meer van de transponder. De chip kan een leven lang mee en is niet schadelijk voor de gezondheid van het huisdier.

In Nederland zijn acht dierendatabanken voor het registreren van chips. De prijzen en services die ze bieden lopen erg uiteen. Onderzoek doen naar de databank die bij u past is daarom zinvol.